De winter begint, maar toch is hier de zonnebloem [helianthus]
De zonnebloem, bekent van de vele varianten in tuinen en als productie plant van olie, is daardoor een hele gewone verschijning, zodat bijna niemand weet dat ze afkomstig is uit de zogenaamde nieuwe wereld.

De gekweekte zonnebloem stamt voornamelijk af van Helianthus annuus.
Een plant die thuishoort in het zuidelijk deel van Noord Amerika. Het geslacht helianthus komt met ongeveer 55 soorten voor van Noord tot Zuid Amerika. Het behoort tot composieten, of samengesteldbloemingen. Dat betekent, wat wij als een bloem zien zijn in werkelijkheid enkelen tientallen tot honderden bloemen. De buitenste gele straalbloemen zijn als lokkers voor insecten bedoelt.
De eigenlijke bloemetjes bevinden zich in het hart en bloeien van buiten naar binnen. En dat worden dan de zonnebloempitten waar het allemaal om te doen is.
Deze pitten zitten vol met een heel gezonde olie en ook nog eiwitten. Ze smaken goed en zijn ook rauw te eten en in gerechten te gebruiken.
De olie die eruit geperst wordt bevat veel gezonde vetten zoals linolzuur, door de neutrale smaak wordt ze ook veel in de voedingsindustrie gebruikt.

De zonnebloempitten werden al 3500 jaar geleden door de indiaanse bevolking gebruikt en op een gegeven moment ook gekweekt. Waarschijnlijk gaat het om meerdere soorten. Dit omdat in oude kruidenboeken meerdere volken en plaatsen worden genoemd waar gekweekte zonnebloemen werden aangetroffen. In 1510 kwamen de eerste zonnebloemen naar Spanje, waarschijnlijk uit Peru.
Maar de teelt op grote schaal is er pas sinds 1930. De plant heeft veel zon en warmte nodig om te pitten te late rijpen, maar kan op vele plaatsen groeien. In Nederland zijn de zomers vaak net niet warm genoeg, om rijpe pitten op grote schaal te vormen.
Er is nog geen goede indeling gemaakt van de cultivars en de soorten die aan de basis liggen.



























